
Naast een bijzondere natuur heeft Terschelling nog veel meer te bieden. Zo is de haven van West-Terschelling, die is aangelegd in de Dellewalbaai (baai aan de lage wal), de enige natuurlijke baai van Nederland en tevens een van de mooiste van Europa. En natuurlijk kunt u in West-Terschelling de Brandaris niet over het hoofd zien, de vuurtoren die als symbool van het eiland al meer dan 400 jaar stoer en sterk boven de daken uitsteekt.
Men spreekt van de vuurturen van Ameland, Vlieland etc. Maar wordt die van Terschelling aangeduid, dan heeft men het over de Brandaris. Eilanders zeggen meestal de "toer" (toren). De Brandaris is 's lands oudste, nog in werking zijnde vuurtoren. Het eerste vuurhuis op Terschelling dateert uit 1323. Het is de voorloper van de Brandaris, welke in 1594 zijn huidige vorm aannam. Zijn naam wordt veelal in verband gebracht met werkwoord branden omdat er vroeger op het plateau een echt vuur als baken brandde, maar algemeen wordt aangenomen dat het afkomstig is van de Ierse abt Brandaan (Brendan). Deze zeereiziger wordt in vele kerken rond de Oostzee en kust van Vlaanderen en Bretagne vereerd en wordt veelal afgebeeld als heiligbeeld met brandende fakkel. De Brandaris is niet voor het publiek toegankelijk, maar kan sinds enige jaren wel worden gebruikt als bijzondere trouwlocatie.
De Terschellinger haven is tevens de enige natuurlijke baai van Nederland en is eeuwen lang de thuishaven van de Terschellinger vissersvloot. Op dit moment omvat dit een klein aantal visserschepen welke voornamelijk op garnalen vissen. De grote vaart zit Terschellingers nog immer in het bloed. Er zijn veel eilander mannen nog steeds werkzaam in de zeevaart. Er is niet voor niets een hoge Zeevaartschool in West-Terschelling gevestigd, welke de naam van de wereldberoemde ontdekkingsreiziger Willem Barentsz draagt, welke zijn roots op het eiland had liggen (zie verder). De haven is ook daar waar de veerboten hun ligplaatsen hebben. Het is een prachtig plaatje om aan te komen in de haven van Terschelling, waar u gelijk het dorpje West-Terschelling in kunt wandelen met de Brandaris als stralend middenpunt.
De enige molen die Terschelling bezit staat sinds 1876 in Formerum. Toen hij daar aan kwam was hij al 40 jaar oud. Hij werd namelijk in 1836 gebouwd, aan het oosteinde van de Dellewal te West Terschelling. Terschelling heeft meerdere molens gehad, de 1e stamde uit 1612, maar door brand en nadering van het water hebben deze molens het niet gehaald op de oorspronkelijke plekken. Na het verdwijnen van de graanteelt op Terschelling, na de tweede wereldoorlog, was er geen handel meer voor de molen. Gelukkig kocht een particulier de molen voordat deze in verval raakte en hij maakte na een grondige restauratie in 1968 er een koffiebar in. Beslist de moeite waard om eens een kijkje te nemen.
Dit bijzonder charmante kerkje in Hoorn dateert uit de tweede helft van de dertiende eeuw. De kerk heeft sinds de oprichting vele restauraties gehad, maar gelukkig zijn er nu nog aanwijzingen bewaard gebleven, welke aan de verschillende periodes herinneren. De dikke muren, de mooie gebogen ramen met fraai glas -in lood en prachtige sporen van de vroegere gewelven zijn de moeite waard om eens een kijkje te nemen in deze mooie kerk. U kunt onder toezicht de kerk bezichtigen.
Terschellingers zijn al vanaf de middeleeuwen actief in de handelsvaart en ontdekkingsreizen. Later vonden velen een beroep in de walvisvaart, op koopvaardijschepen en passagiersschepen, bij beloodsing en bij het bergen van schepen. In het natuurgeweld vonden helaas veel zeevarende eilanders een zeemansgraf. Aan de rand van West-Terschelling staat hiervoor het Zeeliedenmonument; een bronzen beeld van een zeemansvrouw, uitkijkend over zee, welke tevergeefs wacht op de terugkeer van haar man of zoon. Er zijn nog steeds eilanders actief in het bergen van schepen (guusjen) of in reddingen op zee. In 'de kom', het meest oostelijk gedeelte van de haven op West, kunt u de bergings-en reddingsschepen zien liggen.
In ruim honderddertig jaar (1652 / 1784) hebben zich maar liefst vier Nederlands / Engelse oorlogen afgespeeld. Al die oorlogen handelden om de heerschappij op zee.
Op 19 augustus 1666 werd de in het Vlie aanwezige Nederlandse vloot bijna volledig afgebrand door de Engelsen en zij besloten daarop ook om Terschelling met een bezoekje te vereren. Minder dan 1/10 deel van de aanwezige gebouwen op West Terschelling overleefde de vuurzee. Onder de gelukkigen waren de brandaris en de Nederlands Hervormde Kerk.
Nu gaat het verhaal dat een compagnie Engelsen verder oostwaarts zou zijn getrokken om de overige dorpen op het eiland te 'brandschatten'. Door weersomstandigheden konden de Engelsen op de hoogte van Baaiduinen niet goed zien wat de staande figuren in de verte waren. Zij vroegen dit aan een oud vrouwtje, welke antwoordt met de (op het eiland) beroemde woorden: "Er staan er bij honderden en er liggen er bij duizenden". Zij doelde hier op de grafstenen van het Stryper Kerkhof. Hiervan schrikken de Engelsen zo, dat ze rechtsomkeert maken. Zo zou het Stryper Wyfke de overige dorpen en buurtschappen van het eiland gered hebben.
In Formerum is een van de beroemdste Terschellingers, de ontdekkingsreiziger en cartograaf Willem Barentsz, die met zijn bemanning in 1596-1597 op Nova Zembla overwinterde, in steen vereeuwigd. Helaas is Willem Barentsz zelf bij dit hachelijke avontuur om het leven gekomen. In het museum Het Behouden Huys, genoemd naar de hut welke de mannen op Nova Zembla hadden gebouwd, is het hele verhaal van Willem Barentsz en zijn mannen uitvoerig te zien en ook in het boek Sporen in het Zand staat het verhaal beschreven.
Op een prachtige plek aan de Waddendijk vindt u de indrukwekkende beeldenserie ‘Beelden uit Zee’, gemaakt uit loodzware blokken Noors graniet die een eeuw lang op de bodem van de zee lagen. Deze beeldenserie is gemaakt door kunstenares Yaël Artsi.
In de brief van de minister van Binnenlandse Zaken anno 13 september 1865 wordt het houten lokaal op 4 palen, noodvoorziening voor schipbreukelingen op de Boschplaat, goedgekeurd. Aangezien hier de meeste schipbreuk werd geleden was het noodzakelijk dat de overlevenden zich de eerste uren konden redden. In 1953 wordt het huisje zwaar beschadigd en dreigt verloren te gaan. De toenmalige VVV (Terchelling Vooruit) vond echter dat het nog wel degelijk een functie had (als schuilgelegenheid) en de VVV werd voor 1 gulden eigenaar. Het gebouw werd door de VVV grondig opgeknapt, maar in de storm van 16 februari 1962 verdween het voorgoed van het toneel. Het huisje werd op initiatief van de Cultuur Historische Vereniging weer herbouwd in 2000 bij paal 25, compleet met seinbol en wegwijzer. In de winter kunt u het bezoeken met de strandtaxi of lekker wandelend. Vergeet in het laatste geval niet dat u ook weer terug moet!
Het Wakend oog, op de hoek Willem Barentszkade en Torenstraat, heeft maarliefst 3 namen. Het meest gehoord is "'t Wakend Oog", onmiddellijk gevolgd door "'t Wachthuuske". De officiele naam is echter "Willem Barentszhuis". Zowel in als uitwendig werd het gebouwd als vrijmetselaarstempeltje wat het erg uniek maakt. De 'Schippers en Watersportvereniging Het Wakend Oog" is de huidige eigenaar van het uit 1882 daterend gebouwtje en het is in gebruik als koffiehuis.
In 1904 werd bij de westelijke havendam een houten schuur gebouwd. Deze stond op palen, met de voorkant boven de dam. Ervoor was een glijgoot aangebracht waardoor de bemanning van de N.Z.H.R.M. (reddingmaatschappij) al in de schuur in hun boot kon stappen alvorens de boot via deze goot met een vliegende start te kunnen lanceren om de reddingen op zee uit te voeren. In de kom ligt nog steeds de (huidige) reddingboot "Arie Visser". De schuur is inmiddels niet meer op de oude plek, maar is huidig meer oostelijk in de haven geplaatst nabij de betonning en doet nu dienst als het clubhuis van het duikteam "Equador", wat duidelijk te zien is aan de grote hoeveelheid opgedoken kanonnen en andere voorwerpen welke de nabije omgeving opsieren.